Deel 1 van 4
 
                           (Last update: 19 december 2011)
                          Nieuwe foto's worden geplaatst in deel 4
 

natuurfotograaf arjan baanOp deze site neem ik u mee naar een prachtig natuurgebied wat ligt ten zuiden van Rijssen, vlak achter de A1.
De Hocht (in't Riessens de Hoch) is een schitterend natuurgebied ten zuidwesten van de Friezenberg en ten noorden en noordwesten hiervan ligt het prachtige Elsenerveld, Elsenerveen en de Borkeld met zijn oogstrelende flora en fauna.
De zeer zeldzame Zonnedauw, Klokjesgentiaan en Wollegras zijn er te vinden maar ook kun je hier de Boomklever, Zwartemees, Fazant, Geelgors, Staartmees, Kuifmees, Buizerd, Zwarte-, Groene- en de Grote bonte specht tegen komen.
Maar wat te denken van de overvliegende ganzen, de tientallen kraanvogels op weg naar  de broedplaatsen of de pootafdrukken van een ree in de verse sneeuw of het rulle zand.
En wie weet kom je oog in oog te staan met een ree, of de
Viervlekwielwebspin die gek is op sprinkhanen en andere vliegende insecten.
Kijk en geniet van deze prachtige beelden die ik voor u mocht maken.
Hartelijke groet en veel kijkplezier,

Arjan Baan Rijssen.

 borkeld

zwarte specht zwarte specht
Baltsende Zwarte Spechten.  ↑

jeneverbessen
Wakelbos, ten zuiden van de A1. Links en rechts van de Oude Markeloseweg van Rijssen naar Markelo. (richting Friezenberg)
Wakels is de Twentse benaming voor Jeneverbessen. Dit Jeneverbesveld is de grootste van Nederland.





 

Door een bosbrand enkele jaren geleden zijn helaas tientallen Wakels verbrand.

De schade is nog steeds goed te zien aan de oostkant van de Oude Markelose-weg.

 






De oude Markeloseweg, circa 750 meter na het ecoduct over de A1 richting de vijfsprong ten noorden van de Friezenberg.



     

Vlakbij de Friezenberg, liggen urnenheuvels in de zogeheten urnenvelden.

         Onderstaande tekst is overgenomen van het bovenstaande informatiebord welke staat bij de grote urnenheuvel bij de Friezenberg:

O
ngeveer 130.000 jaar geleden, aan het einde van de voorlaatste IJstijd, was het noordelijk deel van Nederland bedekt met een tientallen meters dikke laag ijs. Toen dat ging smelten, spoelden hier en daar massa's zand en grind uit het ijs in enorme gaten in het ijsdek. Later, nadat het ijs zich helemaal had teruggetrokken, bleven op die plaatsen grote puinheuvels achter. De 40 meter hoge Friezenberg is daarvan een voorbeeld.
De zware grond en de steile hellingen van de Friezenberg maakten het voor de eerste prehistorische bewoners van de streek geen aantrekkelijke plaats om te wonen en te werken. De omgeving des te meer! Er lagen vochtige en droge gronden met een afwisselende vegetatie en vruchtbaarheid. Generaties jagers en boeren hebben hier geleefd en ze begroeven hun doden aan de voet van de heuvel die een bijzondere betekenis voor ze moet hebben gehad.

Toen de Friezenberg ontstond, konden hier geen mensen overleven, en tienduizenden jaren lang lijkt het gebied onbewoond te zijn geweest. Wel staat vast dat vanaf 12.500 v.Chr., aan het einde van de laatste IJstijd, groepjes jagers de omgeving van de Friezenberg hebben bezocht. Het was toen een toendra en de rendieren die er rondtrokken, vormden de voornaamste jachtbuit van deze mensen.  Enkele duizenden jaren later, toen het klimaat milder werd, sloegen jagers hun kamp op rondom het Elsenerveen, aan de voet van de Friezenberg. Dit vochtige gebied was een rijk jachtterrein. Op veel plaatsen in deze omgeving zijn sporen van kleine kampementen uit de Midden-Steentijd (9700 - 5300 v.Chr.) gevonden.

In de loop van de Jonge Steentijd (5300 -2000 v.Chr.) schakelden de bewoners van deze streken geleidelijk over op een boerenbestaan. De eerste boeren leefden hier omstreeks 3400 v.Chr.. Wij kennen deze mensen als de bouwers van de hunebedden. Aardewerk van deze mensen is gevonden bij de Groningeres, iets ten zuiden van de Friezenberg. En aan de voet van de Friezenberg zelf heeft misschien een hunebed gelegen. Sindsdien hebben de prehistorische boeren deze omgeving bewoond. Zij zochten lemige zandgronden uit, die niet te zwaar waren om met hun eenvoudige ploegen te bewerken maar wel voldoende vruchtbaar waren. Zulke grond ligt ten zuidwesten van de Friezenberg. Na 800 v.Chr. is er een einde gekomen aan de bewoning in deze omgeving.

De mensen die in de prehistorie ten zuidwesten van de Friezenberg woonden, begroeven generaties lang hun doden op de droge zandgronden ten noordoosten en ten westen ervan. Daar wierpen zij grafheuvels op, waar de belangrijkste mensen van hun groep een laatste rustplaats vonden. Aanvankelijk begroeven zij hun doden in hurkhouding, later gestrekt liggend op hun rug. Meestal kreeg de dode een pot, een sieraad of een wapen mee in het graf. Vanaf circa 1000 v.Chr. werd het gebruikelijk om de doden te verbranden. De verbrande resten van het skelet werden door de nabestaanden verzameld en in een pot gedaan, die zij begroeven en overdekten met een heuveltje. Zo ontstonden hele begraafplaatsen, zogeheten urnenvelden. Ze hebben ook in de omgeving van de Friezenberg gelegen.

 putter
                                   Putter  ↑                                                    Sperwer (winterkleed)  ↑                                                        Zwartkop (v) ↑

 
                      Groenling of Groenvink  ↑                                                    Houtduif (jong)↑                                                        Roodborst ↑


Het paadje naar de Friezenberg.

friezenberg
Vergezicht vanaf de Friezenberg. 


Kramsvogel  ↑                                                      Kokmeeuw (winterkleed)  ↑                                                  Merel (v) ↑     

Waar vroeger het gepuf van het leemtreintje was te horen, grazen nu een twintigtal Herefords koeien.



                                                                                 Een stukje van een stalen biels van het oude leemspoor steekt nog net boven het maaiveld uit.

             


Vanaf een prachtige loopvlonder heeft men zicht op het Elsenerveen. ↑

De loopvlonder ligt ten noorden van de Friezenberg.

friezenberg
 Wespennest. Bovenop zit de koningin.  ↑                                      Weggetje naar de Friezenberg. 


de Hoch
Hierboven en onder een afbeelding van de eerste leemput waaruit destijds nog handmatig de leem werd gewonnen voor het bakken van stenen.



Wat een pracht. Welk een schone natuur. En dat allemaal te bewonderen waar jaren geleden de leem werd gewonnen.


Het Eekhoorntjesbrood heeft bezoek gehad van zijn naamgever. Is dit niet de Zonnedauw, het plantje dat weer verwoede pogingen doet om hier terug te keren als bewoner? Nee, helaas! Maar het blad lijkt er wel op. Druppeltjes op de haartjes van het blad.     


Spinnenrag lijkt als zijde in de vroege ochtendzon.  ↑ -

Zoals we vroeger al konden genieten van de Klokjesgentiaan, zo is dit prachtige plantje nog steeds te zien in de buurt van de Friezenberg.
De plant komt voor in blauwgrasland, tussen kort gras, heide en veenmoerassen op natte zure grond.
De Klokjesgentiaan is de waardplant (gastheer) van het Gentiaanblauwtje (vlinder).
Na de paring legt het vrouwtje van het Gentiaanblauwtje haar eitjes meestal op de bijna volgroeide, maar nog gesloten bloemknoppen van Klokjesgentiaan. Gemiddeld worden zeven eitjes per bloemknop afgezet, waarvan slechts twee tot drie rupsen uitkomen. Na tien dagen kruipt een rupsje uit het eitje en eet deze zich een weg naar de zachte bloemdelen in het binnenste van de bloem. Na weer tien dagen kruipt het naar buiten en laat zich op de grond vallen. Hier is het geduldig wachten geblazen op een Bossteekmier. Deze nemen de rups mee naar hun nest. De rups scheidt een stof af die precies overeenkomt met dat van larven van de mierensoort. De mieren beschermen en voeden de rups met mierenlarven en –eitjes, maar ook met prooien van de mieren. In begin van de volgende zomer verpopt het zich en na drie weken komen de eerste vlinders uit de pop en verlaten zo snel mogelijk het mierennest waarna bovenstaand verhaal zich herhaalt.

klokjesgentiaan

buizerd
Klein hoefblad  ↑                                                                                                        Buizerd  ↑      

zilverreiger
Vlaamse Gaai  ↑                                                    Grote zilverreiger  ↑                                                        Vink (m) ↑     


Merel met jong welke net uit het ei is gekropen.   ↑


Twee jongen 1 week later. Het 3e ei is niet uitgekomen  ↑                         Weer 3 dagen later. De moeder voert haar jongen, ze groeien als kool.


                                                 12 dagen oud.  ↑                                                                                          Uitgevlogen, precies 14 dagen oud.     ↑


Is het nu voorjaar, zomer, herfst of winter, dit is een plekje in een oase van rust. Hier kun je nog genieten van het pure, het fascinerende van de schepping. Dit plekje moet bewaard blijven tot in lengte van jaren. Wat een pracht, wat een schoonheid!


Groene kikker  ↑                                                 Vergeet-me-niet  ↑                                                        Jagende boomvalk ↑

 De Dopheide en de Blauwe knoop groeien op schrale vochtige plaatsen.   Blauwe knoop.  

           


Vink (v) ↑                                                 Koolmees met jong  ↑                                                        Groene specht ↑

boomkruiper vuurgoudhaantje
Boomkruiper ↑                                                 Vuurgoudhaantje  ↑                                                        Kuifmees ↑

Eindelijk, na heel wat speurwerk heb ik ze dan toch gevonden: de Zonnedauw !

De kleine zonnedauw (Drosera intermedia) is een overblijvende, vleesetende plant.  De plant komt van nature op het noordelijk halfrond voor in Europa en het oosten van Noord-Amerika. De plant wordt 2-10 cm hoog en vormt een bladrozet. De lang gesteelde bladeren zijn opstaand en omgekeerd eirond. Op de bladeren zitten talrijke, kleverige, klierweefsel bevattende, haardunne tentakels. Hiermee vangt de plant kleine insecten. Het blad rolt om het insect heen en scheidt verteringsenzymen uit. De hierbij vrijkomende voedingsstoffen (onder meer stikstof) wordt door de plant opgenomen. De plant loopt in het voorjaar uit en bloeit in juli en augustus met drie tot acht witte bloemen.  De plant is zowel een zelfbestuiver als een kruisbestuiver. In de vroege herfst gaat de plant in winterrust. De kleine zonnedauw komt voor op stikstofarme, natte, zure heidevelden en veengrond.                                                                                        

zonnedauw

Een andere zeldzame verschijning in het gebied rond de Friezenberg is het Eenarig wollegras (Eriophorum vaginatum).                 Ook de mol geeft duidelijk blijk van zijn aanwezigheid.
                                                               

De Tjiftjaf met zijn harde zang verraad zijn aanwezigheid, maar is vaak moeilijk te fotograferen door zijn snelle bewegingen van tak naar tak. De Viervlekwielwebspin (Araneus Quadratus) heeft net een Gaasvlieg (Planipennia) gevangen. 


  Jonge haas ↑                                              Lekke bal ? Nee, een Bovist (aardappelbovist). ↑                                 Wilde eenden (v+m) ↑



raaf

Vliegenzwam ↑  (meer paddenstoelen zijn te zien in deel 2)                                                                          Raaf  ↑                                          


De ganzen trekken in het najaar naar het warme Zuiden.   ↑


In de sneeuw is het niet zo moeilijk om te zien waar de reeën komen, maar ook in het zand zijn de sporen duidelijk te zien.

ree

 
Fazant man       &       vrouw         

fazant
Foeragerende fazanten inde sneeuw  

boomklever  geelgors
Boomklever  ↑                                                                                                        Geelgors   ↑      

staartmees bonte specht boomklever
        Staartmees   ↑                                                       Grote bonte specht   ↑                                                   Boomklever ↑

  

Het lijken wel wigwams in het water, maar het zijn draadalgen die door het zakken van het water in de Zegge zijn blijven hangen.  ↑



zwartkop  zwarte mees pimpelmees
Matkop   ↑                                                    Zwarte mees  ↑                                                            Pimpelmees   ↑



 

               

 



© Copyright 2010 Arjan Baan, All Rights Reserved. Powered by: Baan Design Rijssen

Op deze site rust het AUTEURSRECHT op naam van Arjan Baan. Niets van deze site mag gekopieerd of voor een weblog gebruikt worden zonder de toestemming van genoemde rechtspersoon.


Ga naar deel 2 van 4
Ga naar deel 3 van 4
Ga naar deel 4 van 4

 

Gastenboek


Reacties kunt u mailen naar:



Sponsoring door:
baan design rijssen