|
Steenfabriek "de Brekeld" Baan & ten Hove
Rijssen
Evenredig
met de toename van de bevolking nam ook de vraag naar gebakken stenen toe.
Zo ging men dus zoeken naar methoden die bij minder arbeidsplaatsen toch
méér productie gaven. Machines werden aangeschaft om de leem op te graven
en de 'ringovens' gingen de plaatst innemen van de primitieve veldovens.

Ook
op de Brekeld in Rijssen werd in de vijftiger jaren (1951) dus een ringoven gebouwd.
(zie foto
rechts en onder)
Zo groeide in de loop der tijd het tichelwoark van
de firma Baan & ten Hove uit tot een gigantisch modern complex, wat
uiteraard ook een aanzienlijke uitbreiding van de productie tot gevolg
had.
De vraag naar stenen is vanaf de vijftiger jaren abnormaal groot. Er werd
in ons naoorlogse land in een dusdanig tempo gebouwd dat, ondanks de
moderne productiemethoden, niet meer aan de steenhonger kon worden
voldaan. Sommige aannemers in de grote steden waren gedwongen om
metselaars te ontslaan. Dat was natuurlijk heel erg. Onmiddellijk nam de
regering contact op met de steenfabrikanten om na te gaan of er soms ook
stenen werden geëxporteerd naar het buitenland. We mogen aannemen dat, als dit
het geval was, de regering hier een stokje voor had gestoken.

Hieronder staan enkele foto's die
genomen zijn tijdens of net na het in gebruik nemen van de nieuwe ringoven.


v.l.n.r:
zittend: Jacobus Nijsink ('nBakker),
Arend Jan ten Hove (OarndJan van Gradůekn), Willem Baan (Wilm
van Lapot), G.J. ten Hove (de
Klitse van Banis), GertJan Bruins (de Koo van'tMatje), Jan Willem ten Hove (de
Driettônne), Gradus Nijzink (Panngraads),
Hendrik
Evers (Hendrik
van Saksjęntje), Seino Baan
(Hęin
van Lapot).
v.l.n.r: staand:
Hendriekus ten Hove
(Dieks van Oom), Arend Baan (Aornd van Duusker), J.W. ten Hove (de Klčarmaker),
Arend Voortman (Aornd van Jaejsdina), Jacobus Voortman (Koops
van
Jaejsdina),
Jan Willem ten Hove (Jewilm
van Kappert of 'nOom), Hr. v/d Linden, Otto Voortman (Otte van Gediene
van Jaejsdina),
Gerhard Baan (Garrat van Duusker), Derk v/d Noort ('nOoln Vunoot),
Herman van het Oever (Herman van Vetoever). |

Jaarlijks
werden er begin vijftiger jaren circa 4˝ miljoen stenen van eersteklas
kwaliteit afgeleverd aan de Nederlandse bouwbedrijven.
Stenen die werden gemaakt van leemlagen die járen en járen geleden uit de
zee "gegroeid" zijn.
Het
bakken en afkoelen van de stenen duurde destijds ongeveer vier weken.
De stoker verzorgde in die vier weken de toevoer van brandstof (kolen),
zodat de vereiste temperatuur werd bereikt voor het vervaardigen van de
stenen.
Door middel van een kolenschep werd de brandstof door kleine
kokers bovenin de steenoven toegevoerd. (afbeelding links)
Rechts: De eerste stoker op de ringoven was Hendrikus Dannenberg (Menndieks
of Dieks van Menn-Merieje)
Een originele schep (rechtsonder afgebeeld) is nog in het bezit van Jan
Willem Baan (achterkleinzoon van één
van de grondleggers van
steenfabriek 'de Brekeld'; ToojnOarnd (1856-1937).
De stoker op de onderstaande foto is Jacobus Nijsink ('nBakker).

.De
kolen werden door de stoker dus van bovenaf de ringoven in de kokers
gegooid.
Tijdens het inpakken van de nog ongebakken stenen
bouwden de mannen deze kokers vanaf het gat bovenin de oven door tot
onderaan in de oven. (zie foto links)
Deze kokers werden niet helemaal dicht gestapeld maar met
uitsparingen, zodat het vuur dus wel door de gehele ingepakte oven kon
gaan. Van deze kokers zaten er drie verdeeld over
de breedte.
Om ongeveer een meter waren deze weer verdeeld in de lengte van
de oven.
 Het spreekt voor zich dat de stenen waaruit de kokers waren gebouwd dus
meer hitte te verduren kregen dan de er naast gestapelde stenen. Dus waren
deze vaak aan elkaar gesmolten door de enorme hitte.
Links ziet u een deel van deze nog overgebleven kokers.
De ringoven
was ovaal van vorm en verdeeld in 24 kamers waarin de stenen gebakken werden.
Er konden 300.000 stenen in. Heel langzaam werd de
temperatuur opgevoerd
tot zo'n duizend graden. Door de kamers was
het warmteverlies veel geringer dan bij de veldoven. De warmte circuleerde
van kamer naar kamer. Daarna vond weer de
geleidelijke afkoeling plaats. Iedere fout in dit vier weken durend proces
kon tot gevolg hebben dat de steen waardeloos werd.
 
Was bijvoorbeeld de
hitte te groot, dan gingen de stenen aan elkaar smelten. (zie de
afbeeldingen hiernaast) Was de afkoeling te snel, dan kwamen er
barstjes of scheuren in de steen.
Maar natuurlijk hangt de kwaliteit van
de steen niet alleen af van het bakken, maar ook het hele voortraject van
leemsoort/kwaliteit en het voordrogen was van zeer groot belang.

Toen
lang geleden de leemputten in Rijssen (ravijntjes) en later ook in Enter leeg waren,
week men uit naar de Hoch (gemeente Markelo). Eerst werd de leem
handmatig met de schop naar boven gehaald en later door middel van een bagger. Meer over de Hoch is
te lezen op een andere pagina van deze site. Het vervoer van de leem uit
de Hoch naar het steenfabriek gebeurde met een dieseltreintje (smalspoor)
waarachter een tiental kipkarretje waren gekoppeld. Ook over het treintje
is een aparte pagina gemaakt op deze site.
In de begintijd van de ringoven werd de
aangevoerde leem rechtstreeks in een beschikker op de mengzolder gestort.
De kipkarretjes werden met behulp van een kabel naar boven getakeld.
(zie foto rechts)
Een tijd later, medio twintigste eeuw, werd een leemkelder gebouwd.
(foto onder)

Het leem werd vanaf toen in de kelder
gestort en met een bagger weer verder getransporteerd naar de diverse
walsen en mengmachines die het leem productieklaar maakten.
Meer hierover is te lezen bij de rubriek "van leem tot
steen" .
| Op de
prachtige foto hieronder is te zien dat men nog bezig is om een
overkapping te maken over de leemkelder. De spanten liggen rechts
naast de kelder. Duidelijk zijn ook de kipwagens in de verte te zien
en ook de rails van het smalspoor. Het leem wordt beschermt tegen
weersinvloeden door middel van dekzijlen die over de leemkelder zijn
gelegd. Ook de te drogen stenen in de droogloodsen worden met
rietmatten beschermt. Links is nog een stukje van een
transportkarretje te zien. Eveneens de kipkar op luchtbanden die
dienst deed als voorraadbak van het zand wat gebruikt werd om de
stenen mee te "bezanden". |

Vanaf
de vijftiger jaren werden de stenen gemaakt met het voor toen die tijd modernste
machinepark.
Zie ook:
de rubriek
"van leem tot steen" .
Zonder door mensenhanden te zijn beroerd schoof tenslotte een
stopverfachtige, grijs-grauwe massa als een brood zonder eind uit de
menginstallatie, ook wel strengpers genoemd.
Op de kniptafel sneed een werknemer handmatig de stenen.
Dit gebeurde per
3 stuks tegelijk.
Later in de tijd sneed een snijapparaat (knipper) met de
regelmaat
van een klok de even dikke plakken van het 'brood'. Dit
gebeurde zó snel, dat twee mensen net in staat waren om deze ongebakken
stenen op een kar te laden.
Op de foto links zien we de broers Arend
en Gerhard Baan (van Duusker). Ook toen werd een gedeelte van het transport nog gedaan door middel
van paard en wagen.
Op de foto rechtsonder zien we iets
duidelijker dat de stenen per drie stuks vanaf de lopende band op de kar
werden geladen. 
Linksboven: Herman Tempelman (Herman van Droad) en Jacobus
ten Hove (r) (Klčin Koops).
Rechtsboven
v.l.n.r.: Arend Baan (Oarnd van Duusker),
Jan Wilt uit Rectum, Derk-Jan ten Hove (Dik
van
Klitsenkappert). |
Maar zoals gezegd hing de kwaliteit van de steen niet alleen van het
bakken af, maar ook het voordrogen was een zeer belangrijke factor in het
proces.
In de karren, die circa vijfhonderd stenen tegelijkertijd kon bevatten,
werden de gesneden 'rauwe' stenen naar de droogloodsen vervoerd. Zo'n kar
bestond uit vijf etages (bodems) die omhoog geklapt konden worden. (zie
rechts)

Dit prachtige vervoermiddel was een eigen ontwerp van Baan & ten Hove.
Later hebben ook de andere steenfabrieken in Rijssen dit soort kar
nagemaakt.
Op de linker foto staat een kar met natte stenen gereed om onder een
droogloods gepakt te worden door GertJan
Wilmink (Getjan
van Voortmaans Dientje) en Gradus Nijzink (Panngraads) terwijl
Hendrik
Evers (Hendrik
van Saksjęntje)
zorgt voor de aan- en afvoer van de grůne steender.

In deze droogloodsen werden de stenen
heel voorzichtig opgestapeld. Op z'n Riessens heette dat "Haag'n". Na de droogtijd (afhankelijk van het
weer) werden ze weer op de kar geladen en naar de ringoven
getransporteerd. Op de foto hierboven is ook goed te zien dat de nog ongebakken
stenen tegen weer en wind worden beschermt door rietmatten.
|
Hieronder zien we dat Jan ten Hove (Jan
van JanBrungk) en GertJan
Wilmink (Getjan
van Voortmaans Dientje), de winddroge 'grůne steender'
weer op de kar pakken. |

Onderstaand kunt u enkele
jeugdherinneringen lezen van bezoekers aan onze website.

Ik kan mij er nog heel veel van voor stellen.
Ook dat ik vaak met het leemtreintje mee ben geweest. [...]
Ook dat we vroeger appeltjes gingen drogen op de ringovens. |
| Heb mijn
zoontjes al verteld wat zich daar allemaal af-“speelde” (toen
ik die droogloodsen zag kon ik de vogelnestjes in het voorjaar en de
hutten van stromatten in de winter er zo bij denken). |
Eenmaal bij de ringoven aangekomen werden ze op het karretje verder de oven in gereden.
De grůne steender werden vervolgens netjes in de ringoven gestapeld, om
gebakken te worden.

| v.l.n.r:
Oarnd van
Jaejsdina,
Henk Voortman (Henkie van Koops),
OarndJan
en Getjan
van Gradůekn. |
 Op bovenstaande foto zien we dat de gebakken stenen op kruiwagens worden
gepakt. Op dat moment werden alle stenen gesorteerd op kwaliteit. Op de
ene kruiwagen worden de goed gebakken stenen gestapeld en op de andere de
stenen van mindere kwaliteit die gebruikt werden voor "binnenstenen".
Met Bĩn'nsteender werden in de bouw de binnenmuren van de woningen
gemetseld. Hierin mochten dus wel wat barstjes zitten of mochten ook wel een beetje krom
zijn.

v.l.n.r:
Otto Voortman (Otte van Gediene
van Jaejsdina),
Jacobus Voortman (Koops van
Jaejsdina),
Paard: de Bruine ('nBrňenn), Gerrit Jan ten Hove (de
Klitse van Banis), Jan ten Hove (Jan
van Gradůekn) |
De
wetenschap stond echter niet stil. Nieuwe verbeteringen werden uitgedacht,
met als doel nog vlugger en nog voordeliger te produceren.
Toen kwam de tunneloven.

Dit verhaal gaat verder op de pagina
'TUNNELOVEN'
|