|
Steenfabriek "de Brekeld" Baan & ten Hove
Rijssen
|
De
wetenschap stond echter niet stil.
Nieuwe verbeteringen werden uitgedacht, met als doel nog vlugger en nog
voordeliger te produceren.
Toen kwam dus de tunneloven.
In
1963 besloot de directie van "Steenfabriek de Brekeld" een 114 meter lange
en zo'n 2.40 meter brede tunneloven te bouwen, waarin de stenen op
ingenieuze wijze en razendsnel konden worden gebakken.
Eind 1964 was de tunneloven klaar.
Deze oven werd buiten de productie om en met veelal eigen personeel
gebouwd.
|

Hieronder staan foto's die gemaakt zijn
tijdens de bouw van de tunneloven in 1964/1965.



|
Henk van Koops
met zin va Koops |
Dieks van Eawrt (Jansen) en Koops |

| Jan van
Janbrungk en Gait van Suuske |

Otto (uitvoerder uit
Duitsland), Koops,
Jan van Janbrungk en Goait van Lapot |
Getjan van Voortmaansdientje
en Dieks van Eawrt |
In
februari 1965 ging de nieuwe oven in bedrijf.
De automatische drooginrichting (droogoven) kwam tot stand, dus kwam er
een eind aan het tijdperk van het haag'n in de droogloodsen.


Van de strengpers (zie tekening)
gingen de stenen vanaf toen nagenoeg automatisch de drogerij in.
Voordat
de pas gesneden stenen de oven ingingen om gebakken te worden, moesten ze
eerst een aanzienlijk deel van het nog aanwezige vocht verliezen. Het
gevaar zou anders bestaan dat de stenen bij het bakken zouden gaan barsten
door de uitzetting van de waterdamp in de 'groene stenen'. Dit
voordrogen vond plaatst in de droogkamers.

Het transport van en naar de droogovens vond plaatst met de
zogenaamde "bok".
Dit op rails lopend voertuig kon in één keer 960
ongebakken stenen vertransporteren.
Na
ruim 48 uur waren de stenen droog en konden ze worden gebakken.
Op vuurvaste wagens (koar'n) werden de
stenen in de tunneloven gereden.
Het ijzeren onderstel werd door vuurvaste stenen afgeschermd van
de
vlammen in de oven.
Dat het heet was in de oven is te zien
aan de bout met moer hiernaast.
Voor de gein is deze destijds "meegeweest" de oven in. De moer is vast aan
de bout gesmolten en is één geheel geworden.

Elke wagen kon 3600 stenen vervoeren.
De tunneloven was verdeeld in drie zones.
De verwarmingszone, brandzone en afkoelingszone.

De gemiddelde temperatuur was ongeveer
1040 graden Celsius.
Na 88 uur waren de stenen kant en klaar aan de andere kant van de oven
gearriveerd, waar de stoker de wagen handmatig uit de oven draaide.
Rechts zien we hoe Freek Plas ( van
de Schuure) en Herman Tempelman ( van Droad) bezig zijn
om ovenwagens bedrijfsklaar te maken. Op het stalen onderframe
werden vuurvaste stenen gemetseld, waarop de tassen stenen gezet werden
voor het bakproces in de oven.


Foto boven:
"Koops" Voortman bij de brander van de tunneloven..
Foto rechts: Stoker F.J. Plas (Freek
van de Schuure)
draait een kar met gebakken stenen uit de oven.
|
foto's van Voortman en F.J. Plas komen uit
dagblad Tubantia
van zaterdag 12 februari 1966. |
"Van leem tot steen" kon desgewenst in 136 uur
plaatsvinden, maar om de kwaliteit te waarborgen deed men er liever iets
langer over.
Volgens
Jacobus Voortman (Koops van Jaejsdina), die met zijn twee broers
Arend en Gerhard Voortman, de gebroeders Arend en Gerhard Baan
( Oarnd en Garrat van Duusker) en Hendrikus ten Hove (Dieks van
Oom) de toen 150 jaar oude fabriek leidden, werd de kwaliteit
van de stenen alleen maar beter.
Het bedrijf was een commanditaire
vennootschap, waarbij de zes genoemde heren de firmanten waren.
Het
was in de zestiger jaren nog niet zo dat er geen mensenhand meer aan te
pas kwam, maar de tijd dat steenbakken volledig handwerk was, is bijna
teniet gedaan door automaten.
Achter
een groot schakelbord vol met rode en groene lampjes, die uit- en
aanfloepten, knoppen, handels en metertjes, regelde de stoker in zijn
eentje de eindproductie (bakken) van steenfabriek de Brekeld.
foto links: Achter een groot schakelbord regelde de stoker F.J. Plas
(Freek van
de Schuure) de
temperatuur in de tunneloven.

Alles
ging in 1965 dus bijna automatisch om de 10 miljoen stenen te kunnen
produceren, maar met het zelfde aantal personeelsleden als een jaar
daarvoor. In het jaar 1964 werden met hetzelfde aantal personeelsleden 5½
miljoen stenen gemaakt.


Gebruikte men in de ringoven nog
kolen als brandstof, in de tunneloven ging men over op aardgas.
Deze Rijssense steenfabriek was destijds de tweede in Nederland, die met
aardgas stookte. Het mag duidelijk zijn dat er in die tijd enorm veel
aardgas, welke rechtstreeks van de "Gasunie" werd betrokken, werd
verstookt in een bedrijf zoals "de Brekeld".
rechts:
't Gashuuske.
Maar de modernisering was nog niet ten
einde. Want in maart 1966 stapte men ook van het leem halen met het
smalspoortreintje af. Vanaf toen werd het leem vervoerd met
vrachtauto's.
Hierover meer in de rubriek 'LEEMTREINTJE en de HOCH".

   
Dat
er in de jaren van de steenbakkerij ook wel eens wat anders meeging de ovens
in, is te zien aan de hier afgebeelde beeldjes.
Ze zijn van leem gemaakt door Jan ten Hove
(Jan
van JanBrungk).
Er staan er nog verscheidene beeldjes, die in de loop der
jaren door hem zijn gemaakt,
bij familieleden of kennissen in de huiskamer.

v.l.n.r.: Vier
van de zes firmanten van toen: Hendrikus ten Hove, Gerhard Baan, Jacobus
Voortman en Arend Baan.
Gerhard en Arend Voortman ontbreken op deze foto.
Onderstaand een uittreksel uit de Kamer van Koophandel met de namen van de
firmanten.


| v.l.n.r.:
Jacobus ten Hove
(Klèin Koops), Hendriekus Wessels (Dieks van de Beemer), Gradus Timpers (Tìmpgraèdske),
?
, Jan Leusink (Jan
van Pier), Arend Jan ten Hove (OarndJan
van Gradùekn), Gradus Nijzink (Panngraads). |
Dat er wel eens wat mis kon gaan
tijdens het bakproces in de de tunneloven is te zien op de foto's.
Soms
vielen er door allerlei omstandigheden wel eens tassen stenen om.
U
begrijpt dat zo'n voorval het hele stookproces in de oven kon verstoren.
Door het vast komen te zitten van de karren door deze omgevallen stenen
liep de hele aan- en afvoer van de ovenkarren vast.
Er zat dan niets anders op om de oven uit te schakelen en de karren
handmatig uit de oven te trekken, totdat men bij de vastgelopen kar was.
Maar voordat men de oven in kon gaan moest deze eerst afgekoeld zijn van
de meer dan duizend graden in het middenstuk.
Dit duurde dus enkele dagen, maar het wachten kon niet te lang duren, want
dit was allemaal omzetverlies.
Dus ging men met dikke asbesthandschoenen en pakken aan te werk in de oven
die soms nog een temperatuur had van 300 graden Celsius.

Hierboven zien we Jacobus ten Hove en
Gradus Nijzink.

|
v.l.n.r:
Jan Leusink ('nPier), Jacobus ten Hove (Klèin
Koops) en Gerrit Brinks. |
Maar
aan het moderniseren van de steenfabriek leek geen einde te komen. Aan het
eind van de zeventiger jaren kwam er een tweede tunneloven bij en werd het
stenen maken nog meer geautomatiseerd.


De laatste steen in de nieuwe
tunneloven wordt gelegd door Jacobus Voortman (Koops van Jaejsdina)
onder het toeziend oog van Gerhard Voortman (Garrat van Jaejsdina),
Jan Dannenberg (Jan van Bello), Gerrit Brinks, Gerhard Baan (Garrat
van Duusker), Gradus Nijzink (Panngraads), Willy de Duitse
opperman
van
de schoorsteenbouwer, Herman Tempelman (van Droad) en Mans Tijhof
(Toeteboer) hij was een werknemer van constructiebedrijf Schooten
(Langn Jan).
Door een sparing (opening) onderin de
schoorsteen te laten kon de Duitse opperman van binnenuit zijn collega
metselaar van bouwmaterialen voorzien.

Met de nieuwbouw van de 2e tunneloven
werd ook het oppakken van de droge stenen op de ovenwagens geheel
geautomatiseerd. In principe kwamen er geen mensenhanden meer aan te pas.
Links boven zien we Jan Leusink en Herman Tempelman bezig een vastgelopen
oppakmachine weer aan de praat te krijgen. Soms liepen de stalen latten
waarop de stenen de droogovens ingingen wel een vast.
Dus toezicht was niet overbodig. Ook niet bij de computergestuurde
oppakmachine op de foto rechts, waar Jacobus ten Hove toezicht houdt.
|