|
.
Steenfabriek "de Brekeld" Baan & ten Hove Rijssen
De
aanwezigheid van turf en kleileem bracht de Rijssernaren er als vanzelf
toe, naast het boerenbedrijf, zich te ontwikkelen tot steenbakkers.
Het tichelwerk was in Rijssen de oudste industrie.
Vermeldenswaard is in dit verband, dat men in Rijssen schertsenderwijs
sprak van negers, roodhuiden en blanken.
De negers waren de turfgravers die zorgden voor de brandstof in de grote
veldovens van de steenbakkerijen. Roodhuiden waren zij die op het 'tichelwoark'
werkten, waar het stof der roodgebakken stenen doordrong tot in de poriën
van de huid, terwijl de burgers dan de groep 'blanken' waren.
Omstreeks
1820 (toen Rijssen nog geen 2000 zielen telde) waren de steenfabriekjes van de families Baan
en ten Hove
twee van de
meer dan 50 die Rijssen toen rijk was. Het tichelwoark van Baan en de tichelwoark'n van
de twee families ten Hove stonden naast elkaar aan de Brekeldlaan. Dat
bleef honderd jaar zo, totdat de beide bedrijven in 1924 gingen fuseren.
Dat was het begin van een bloeiende periode, in de historie van het steenbakken in Rijssen, die bijna zestig jaar heeft geduurd.
(boven: Brekeldlaan in 1933)
De
stenen werden handmatig gemaakt (geperst) in een houten raamwerk (steenvorm).
Het vochtige leem werd dus handmatig in de vorm geperst, waarna het leem
aan de bovenkant van de steenvorm er af werd geneden om een mooie gladde
steen te krijgen. Vervolgens werd de steenvorm omgekeerd en waren de
'natte' stenen gereed
om te drogen.
In de tijd van vóór de fusie in 1924 werkten veelal ook de vrouwen/meisjes
van beide families mee op het tichelwoark. De pas geperste stenen werden
door de meisjes met
acht
of negen stuks tegelijk onder de
arm genomen en in 'banen' op de
grond gelegd om te drogen.
Hieronder zien we een zeer oude
foto van meisjes op het tichelwoark die gemaakt
moet zijn omstreeks het jaar 1915. Te
zien zijn de dochters van Jacobus ten Hove (Klitsenkoops). v.l.n.r:
Geeze (Gees), Jannoa (Janna) en Gediene (Gerritdina, die
later getrouwd was met Otto Voortman) . Ze doen hun werk op blote voeten.


foto onder: de zogenaamde
'banen' van stenen die te drogen lagen.

De
foto rechts is ook één van de oudste die wij in ons bezit hebben gekregen.
Hij dateert uit de eind jaren twintig van de vorige eeuw.
We zien van links naar rechts op de bovenste rij; Hendrikus Dannenberg
(Dieks van de Menne of Menn Dieks), daarnaast zit Voortman (Groot'n van de Kuens), dan
Gerhard Baan (Garrat van Duusker - ± 4 jaar) en rechts van boven zit Seino Baan
(Hein van Lapot).
Staand links is Willem Baan (Wilm van Lapot) en daarnaast staat
Gradus Bruins (de Oole Ko van'tMatje) met Hendrik Jan Baan (Hendrik van
Duusker - ± 2 jaar) op zijn arm.
Waren de stenen eenmaal
'winddroog' dan werden ze in de veldoven gepakt.
zie foto onder.

v.l.n.r:
boven: Jan Willem ten Hove (de Klitse), Willem Baan (Wilm
van
Lapot), ?,?, Derk v/d
Noort ('nOoln Vunoot), Gerrit Jan ten Hove (de Klitse van
Banis).
midden: Jan Willem ten Hove (de Klèarmaker),
GertJan Bruins (Getjan van de Koo van'tMatje)
onder: Jacobus Voortman (Koops van
Jaejsdina), Jan Willem ten Hove (Jewilm van MansEùm), ?,
Gerhard Baan (Garrat van Duusker). |

Boven: "schôffen" schafttijd om twaalf
uur.
v.l.n.r: Jan Willem ten Hove (Jewilm van 'nOom/van Kappert),
Otto Voortman (Otte van Jaejsdina), Gerhard Voortman (Garrat van
Otte), met sigaret Jacobus Voortman (Koops), Jan ten Hove
(Jan van Gradùekn), ?, Arend Baan (Oarnd van Duusker), ?,?,
Arend Baan (Oarnd van de Kètse).
Onderstaand een stukje uit de
jeugdherinneringen van een bezoeker van onze website.
Mijn
grootmoeder vertelde vaak dat ze als kind niet naar school ging. Die
was er nog niet.
Maar ze moest vaak naar het steenfabriek om te helpen met stenen
bakken. Met de hand leem in een kistje doen. Later, toen
ze bij mijn vader in de bakkerij wel eens keek naar het maken van
roggebrood, vertelde ze "dat gaat precies zo als een steen bakken". |
 
|
J.W. ten Hove (de Klèarmaker) en ?
Paard rechts: de Broene Russe |

Wanneer de stenen dus droog waren, werden vervoerd op platte wagens met
een paard ervoor en weer later op een karretje dat op rails liep.
Ook dit karretje werd nog voortgetrokken door een paard.
Het stoken van de stenen in de veldoven gebeurde met turf.

|
Gerrit Jan ten
Hove (Getjan van
de Klitse, of Getjan van
'n Banis) met het paard van Kroonn Herman. |

foto boven v.l.n.r:
bovenste rij: Jacobus Voortman
(Koops van
Jaejsdina, Arend Baan (Oarnd van de Kètse), Dirk ten Hove
(Derk van Gradùekn).
onderste rij: Hendrik Evers (Hendrik
van Saksjèntje), Jacobus
Nijsink ('nBakker), Gerhard Voortman (Garrat
van Otte/Jaejsdina),
daarnaast en onder; twee onbekenden, Arend Baan (Oarnd
vanDuusker), GertJan Bruins (Getjan van de Koo van'tMatje)
zittend op de wagen is een onbekend persoon,
geheel rechts: Jan Willem ten Hove (Jewilm van Miene). |
Weer wat later ging het vervoer
van de droogloodsen naar de veld- en ringoven door middel van een
zelfontworpen heftruck.
De hijsinstelling was gemonteerd op een oude legerjeep.
De 'heftruckchauffeur' is Arend Voortman (Oarnd
van
Jaejsdina)


Hieronder ziet u de stenen op 'bokjes' staan, waarop de stenen
vervoerd werden met de zelfontworpen heftruck.


foto boven v.l.n.r:
Arend Jan ten Hove (OarndJan
van Gradùekn),
Jan Willem ten Hove (de Klèarmaker), Gerrit Jan ten Hove
(de Klitse van Banis), Arend Voortman (Oarnd
van
Jaejsdina),
Jan Willem ten Hove (de
Klèarmaker),
Derk v/d Noort ('nOoln Vunoot),
Jan Willem ten Hove (de Klitse).
onderste rij: Otto Voortman (Otte
van Gediene van Jaejsdina),
Jan Willem ten Hove (Jewilm
van Kappert). |
Een
veldoven bestond uit drie vaste muren. Daarbinnen werden de droge stenen (grùne
steender) opgestapeld, ongeveer 34 lagen boven elkaar. Op "de Brekeld"
stonden twee van dit soort ovens.
Dan werd de vierde muur aan de voorkant gemetseld en werd ook de bovenkant
dichtgemaakt met reeds gebakken stenen. Dit alles werd weer dichtgesmeerd
met natte leem zodat alles één compact geheel werd.
Dan kon het stoken met turf beginnen. Dat was een moeilijk en langdurig
proces. Maar in de dagen van weleer had men weinig haast en de productie
was ruim voldoende
om
aan de vraag te voldoen.
De turf werd vanuit de turfloodsen door een opening, die aan de buitenkant
dichtgemaakt kon worden met een ijzeren deurtje, in de veldoven gegooid.
Tijdens het inpakken van de nog ongebakken stenen bouwde men vanaf deze
openingen een gang in de rijen gestapelde stenen, waarin de turf dus
terecht kwam. Zo'n opening is op bovenstaande foto goed te zien.
(rechts onder in de wand).
Ook werd van bovenaf, in kokers, de oven met turf gestookt. Ook
tijdens het inpakken van de oven bouwden de mannen deze kokers vanaf
bovenin de oven tot onderaan door. (zie foto rechts)
Het stookproces in de veldovens duurde ongeveer drie weken, waarna nog
eens drie weken nodig waren voor afkoeling.

Uiteindelijk, na een lange periode van het maken, drogen en bakken konden
de stenen worden gesorteerd op eerste of tweede kwaliteit. De stenen die
krom gebakken of met scheurtjes uit de oven kwamen werden beoordeeld als
tweede keus en werden in de bouw gebruikt voor het metselen van de
binnenmuren.

foto boven v.l.n.r:
de Jesse, van de Maat,
Lankamp (Melebert), Nijsink en de jongen is Hendrik Jan van
Duusker. |
Rechts ziet u een rekening uit het jaar
1937 voor geleverde stenen aan de firma Ligtenberg.
De stuksprijs
van een steen lag toen op 1,24 cent.
Klik op de rekening voor een vergroting.
Werd
in de beginjaren het transport van het tichelwoark naar de bouw toe nog
gedaan met paard en wagen, zo ging men in de dertigerjaren over tot het
transport met een eigen vrachtauto.
Dat dit wel eens mis
ging is te zien op het krantenknipsel hieronder.
Gezien de cabine die totaal verpletterd is door de schuivende steenmassa,
mag het een wonder heten dat de de heren Arend Baan (Oarnd van Duusker)
en Arend Voortman (Oarnd van Jaejsdina) het er levend vanaf hebben
gebracht.



|
Foto boven en links:
schilderij van twee veldovens van Baan & ten Hove, geschilderd door
de Rijssense kunstschilder Albert Wessels, welke in het bezit is van
Henk Voortman (Henk van
Koops). |

.Links op beide
schilderijen is nog een stukje van de groene turfloods te zien.
Foto rechts en onder: pentekening
van de veldovens gemaakt in 1982 door Arjan Baan (van Duusker).
Hierop is ook de gemetselde muur (4e muur) aan de voorkant te zien. |

Tussen de 4e muur aan de voorkant en de opgestapelde stenen in de oven
werd zand gedaan om de warmte in de oven vast te houden. Door
onderin de 4e muur enkele stenen weg te halen liet men, na het bakken van
de stenen, het nog zeer hete zand weer teruglopen in de gaten aan de
voorkant van de oven.
Onze vader vertelde dat hij als klein jongetje eens in zo'n gat met heet
zand was gevallen.
Door oplettendheid van zijn vader (Toojn Jewilm/Jewilm van Duusker) heeft
hij dit nog kunnen navertellen.
foto onder v.l.n.r.:
Hendriekus Baan (Dieks van de Kètse), Gerrit van Heek
(Goait van Veneek), Hendrik Jan Altink (de Lutte), Otto
Voortman (Otte van Jaejsdina), Jan Willem Baan (Jewilm van
Duusker), Jan Willem ten Hove (de Klèarmaker), Arend Baan
(Oarnd van de Kètse) |

Hierboven zien we dat de leem nog handmatig met schop en houweel uit de
leemput werd gehaald.
De foto is gemaakt omstreeks 1935 in de leemputten bij Enter. Deze leem
'brandde' toen prachtig geel. Dat wil zeggen dat de stenen na het bakken
geel van kleur waren. Er staan in Rijssen nog twee huizen die
destijds gemetseld zijn van deze zeer harde geel gebrande stenen. Eén
staat er aan de Nijverdalseweg en de andere aan de Tabaksgaarden.
Toen
uiteindelijk de leemputten in de buurt uitgeput raakten, week men uit naar
de Hoch (gem. Markelo).
In die tijd werd ook het smalspoor aangelegd om het vervoer van
de Hoch naar de Brekeld met kipkarretjes te
laten
plaatsvinden.
Het eerste gedeeltelijke smalspoor dateert echter nog uit de tijd dat de
leem uit de leemputten bij Enter kwam. (zie foto boven).
Eerst werden de karretjes nog door een paard voortgetrokken en later
door middel van een treintje.
Vóór de Tweede Wereldoorlog werd het leem in de wintermaanden opgehaald en
tot "halverwege" gebracht.
De stortplaats halverwege, ook wel "Janbaasveld" genoemd was
een tijdelijke opslagplaats vlak naast de plek waar na de oorlog de Arbeiders Jeugd
Centrale ofwel het
AJC-terrein
"de Hoch" was. Rechts een foto van de toegangspoort naar
het AJC-terrein.
Op dit terrein werd na de oorlog ook de 1 mei-viering gehouden. Met
busladingen vol kwamen die dag de socialisten hier naar toe.
Op "Janbaasveld" werd de leem tijdelijk opgeslagen om na de
wintermaanden naar het tichelwoark te worden gebracht.
Een prachtige topografische kaart uit 1951
waarop de routes van het smalspoor staan kunt u vergroot zien als u op de
bovenstaande kaart klikt.
Helaas brak ook voor de
steenfabrieken in de dertiger jaren van de vorige eeuw een slechte tijd
aan.
Menigeen zal zich nog de schrik herinneren, toen de steenfabriekanten met
enorme reclameacties moesten proberen zoveel mogelijk van hun ontzaglijk
grote voorraden kwijt te raken.
Ook tichelwoark Baan & ten Hove probeerde met man en
macht tot aan het eind van de 2e Wereldoorlog het hoofd boven water te
houden.
Daar kwam nog bij dat de Duitse bezetter in 1944 -1945 de rails van het
smalspoor opeisten om daar een lanceerinrichting voor de V1 van te maken.
Dus lag in die jaren bijna de complete productie stil.
Een alternatief om toch wat brood op de plank te krijgen was het vervoer
van melk. Een heel andere bezigheid, maar er moest toch geld binnen komen
om de gezinnen te onderhouden.
Maar u zult begrijpen dat er niet alleen
melk mee werd getransporteerd. Ook werden er wel eens wapens en
munitie vervoerd
voor de ondergrondse
strijdkrachten. (lees hierover ook in de
rubriek LEEMTREINTJE en in het
verhaal van Dieks van Jaesdina onder de rubriek
VERHALEN )

Natuurlijk leverde deze 'handel' ook
wel eens een extraatje aan luxe op, zoals een blikken box met 50 WILLS
sigaretten uit Londen.
Hierboven ziet u nog zo'n blik uit de 2e Wereldoorlog.
| Het hiernaast
afgebeelde document dateert van 9 juli 1951 en bevat een
specificatie over de voorraad rails van destijds. |
Hieronder de vrachtauto
waarmee de "melk" werd vervoerd in de Tweede Wereldoorlog.
Maar
de tijd rolde voort en de bevolking groeide gestaag.
Evenredig met de toename van de bevolking nam ook de vraag naar gebakken
stenen toe. Zo ging men dus zoeken naar methoden die bij minder
arbeidsplaatsen toch méér productie gaven. Machines werden aangeschaft om
de leem mee op te graven en de 'ringovens' gingen de plaatst innemen van de
primitieve veldovens.

foto boven:
Dirk Klein Horstman (Dik
van Kleinhosman),
Arend Voortman (Oarnd
van
Jaejsdina)
,
GertJan Haase (Getjan van
Haazen). |
Eeuwenlang was de veldoven bruikbaar
gebleken, maar de nieuwe tijd vroeg dus om nieuwe bakmogelijkheden;
de ringoven.
Dit verhaal gaat verder op de pagina
'RINGOVEN'
|